WAT ZIJN DE ERVARINGEN ELDERS MET OPVANGLOCATIES?



Bij de meeste AZC’s blijken er vóór de komst vaak zorgen rond veiligheid te zijn, maar als het AZC er eenmaal is, valt dit vaak mee. Niettemin zijn er ook negatieve ervaringen.
Eerst bespreken we de positieve ervaringen.
Kijk hier bijvoorbeeld naar wat het COA hierover zegt: ‘De meeste gemeenten zien weinig of geen verhoogde overlast en criminaliteit door het azc in hun buurt.’
Het COA baseert zich o.a. op onafhankelijk onderzoek van Nu.nl uit 2022 onder 30 gemeenten met de grootste AZC’s. Conclusie van Nu.nl: ‘De meeste gemeenten met een groot asielzoekerscentrum ondervinden hiervan geen of weinig overlast.
Lees verder
Zo zijn er in de gemeente Hoogeveen de afgelopen drie jaar “hoogstens vijf incidenten in de openbare ruimte” geweest. In de Zutphense wijk Noordveen geven omwonenden van het azc hun veiligheidsgevoel een 7,8. In 2016 verwachtte nog 41 procent van de wijk een negatieve invloed van het azc. Nu geldt dat voor 13 procent.
Ook de gemeente Gilze en Rijen hoort “nauwelijks klachten”. Het azc Prinsenbosch staat daar al zo’n dertig jaar en biedt onderdak aan twaalfhonderd inwoners. Burgemeester Derk Alssema ziet veel steun onder de bewoners van de Noord-Brabantse gemeente. “Natuurlijk is er weleens wat overlast. Maar het is niet zo dat het uit de hand loopt of zorgen veroorzaakt.”
In een artikel in De Correspondent van 3 oktober 2023 lag ook de nadruk op de positieve verhalen. Citaat: ‘Het lijkt een automatisme: komt er ergens een azc, dan ontstaat er weerstand bij buurtbewoners. Maar als het azc eenmaal een tijdje open is (en de mediakaravaan vertrokken), blijkt van die weerstand weinig over te blijven.
Lees verder
’‘In Oranje, waar de bussen tegengehouden werden, ontstond na verloop van tijd toenadering tussen de asielzoekers en de lokale bevolking. In plaats van angst ontstond er verbinding.
Ook in Rotterdam-Beverwaard (600 asielzoekers) kantelt de houding van de lokale bevolking. De Volkskrant kopt drie jaar na de komst van het asielzoekerscentrum: ‘In Beverwaard was [de] woede om [het] azc het grootst, maar daar is niets meer van te zien: “We hebben elkaar gek gemaakt”’. En het Algemeen Dagblad kopt twee jaar later: ‘Vijf jaar na rellen zeggen zelfs de grootste tegenstanders nu: dat azc viel eigenlijk best mee’. Op sommige plekken in Nederland wordt zelfs geprotesteerd tegen de sluiting van asielzoekerscentra.‘
‘Positiever denken over asielzoekers? Ga een tijdje naast ze wonen’
Interessant is de verwijzing in De Correspondent naar onderzoek van de Tilburgse econoom Sigrid Suetens in de periode 2011-2016. Dit is de tijd van de Europese vluchtelingencrisis, en van de protesten in Rotterdam-Beverwaard, Heesch, Oranje en andere plaatsen. De onderzoekers vergeleken bijna vijftig buurten waar in 2014-2016 een asielzoekerscentrum kwam met buurten waar er geen kwam. Het bleek dat mensen bij wie in de buurt een asielzoekerscentrum werd geopend, een positievere houding tegenover asielzoekers ontwikkelden.
Er zijn echter ook negatieve ervaringen met AZC’s
Ook in het Nu.nl-onderzoek zijn er enkele gemeenten waar wel overlast is, vooral door een kleine groep. Nu.nl zegt hierover: ‘Enkele gemeenten laten weten overlast te ervaren. Dat is bijvoorbeeld te zien rond het asielzoekerscentrum in Budel. De gemeente is tevreden met de ligging, maar er is wel een kleine groep bewoners die voor overlast zorgt. “Het gaat vooral om winkeldiefstal, fietsendiefstal en intimidatie”, zegt een woordvoerder van de gemeente Cranendonck. Ook Delfzijl noemt een kleine groep die voor ernstige overlast zorgt.’
Op sommige locaties in Nederland zijn er incidenten geweest, vaak veroorzaakt door een kleine groep bewoners of door onduidelijke organisatie van het project. Voorbeelden zijn in StekOost en op andere locaties in Amsterdam. Juist om die reden wordt in Den Haag, waaronder de locatie Sportlaan, sterk ingezet op duidelijke begeleiding, toezicht en afspraken met politie en gemeente.
Volgens een artikel in De Volkskrant is er in nieuwe woonprojecten vaak beter nagedacht over de manier waarop verschillende groepen wél veilig kunnen samenwonen. ‘Bij geslaagde projecten is de schaal kleiner, worden de bewoners beter ondersteund en voorgelicht en weten ze waar ze terechtkunnen met hun klachten.’
Bewonersinitiatieven vergroten de veiligheid
Wat ook uit ervaringen en onderzoek blijkt, is de belangrijke rol van lokale samenwerkingen en bewonersinitiatieven. De gemeente Utrecht zegt volgens het artikel in De Correspondent dat sinds in de stad activiteiten voor inwoners van het azc en andere inwoners van de stad georganiseerd worden “een positievere cultuur en een constante verbetering in het aantal overlastmeldingen te zien is. Door de activiteiten landen inwoners van het azc sneller in de samenleving, zegt een woordvoerder. ” Het maakt het bijvoorbeeld gemakkelijker om de taal te leren en daarmee uiteindelijk een baan te vinden. Wanneer je je van waarde voelt, neemt frustratie af.”
Wat vinden Haagse omwonenden van AZC’s in hun buurt?
Het onderzoeksbureau Ipsos I&O deed afgelopen voorjaar onderzoek naar de ervaringen van omwonenden met AZC’s in hun buurt. Bekijk het rapport (PDF).
Over het algemeen zijn zij vaker positief dan negatief over de opvang. Voor een kwart geldt dat zij er tijdens en na afloop positiever instaan dan ze op voorhand verwachtten. Wel is er een substantieel deel dat eerder en vaker geïnformeerd wil worden. Het doel van dit onderzoek was te achterhalen hoe Haagse omwonenden van opvanglocaties voor nieuwkomers het proces van plaatsing tot sluiting van de locatie ervaren.
Omwonenden vooraf vaker positief dan negatief over opvanglocatie
Een op de vijf omwonenden wist niet dat er bij hen in de buurt nieuwkomers werden opgevangen. Van degenen die dat wel wisten, was het merendeel op het moment van enquêteren positief over de opvang van nieuwkomers op de locatie bij hen in de buurt (57%). Een kleiner deel is daar negatief over (15%); de rest is neutraal.
Kwart wordt positiever over de opvang
Bij het merendeel van de omwonenden (64%) is de houding die zij vooraf hadden niet tussentijds veranderd. Een kwart is positiever geworden over de opvang; 11 procent juist negatiever. Er zijn verschillen tussen de locaties.
Lees verder
Vooral onder omwonenden van NH Kijkduin verschoof het sentiment: 39 procent van deze omwonenden zegt hier positiever over te zijn geworden, terwijl 6 procent er achteraf juist minder over te spreken is. Ook bij de Jupiterkade is een aanzienlijk deel positiever geworden over de opvang. Bij de locaties in het Fletcher Stadshotel en Aquarius veranderden relatief weinig omwonenden van mening. Het aandeel dat van mening verandert of daaraan vasthoudt hangt uiteraard ook samen met de mening die omwonenden op voorhand hadden.
Behoeften: betrokkenheid, en meer communicatiemiddelen op meerdere momenten
De meeste omwonenden vinden het belangrijk om geïnformeerd te worden over de komst van een opvanglocatie voor nieuwkomers. Zij willen vooral weten waar de locatie komt, en wie daar worden opgevangen. Sommige omwonenden hebben behoefte om (meer) betrokken te worden bij de opvanglocatie, zij willen graag meedenken en helpen waar mogelijk, maar missen hierin de reikende hand van de gemeente. Daarmee hangt samen dat buurtbewoners de brief als communicatiemiddel wat schaars vinden. De gemeente zou wat hen betreft ook andere middelen kunnen inzetten om inwoners te bereiken en te betrekken. Dat zou volgens omwonenden bovendien vaker morgen: niet alleen vooraf, maar ook tijdens en na afloop.
Wat zijn de voorwaarden voor een goede opvang?
In 2026 verscheen op verzoek van de Adviesraad Migratie een academische verkenning naar de vraag hoe asielopvang op een menswaardige, economisch rendabele, gezonde en sociale manier ingericht kan worden, voor zowel asielzoekers als voor de buurt én wat daarvoor nodig is. Zie het rapport. Daarvoor is academische literatuur bestudeerd, gekeken naar lessen uit de praktijk en teruggekeken naar het verleden.
Wetenschappers en maatschappelijke organisaties zijn al lange tijd kritisch over de asielopvang. Er is echter weinig aandacht voor de vraag hoe ‘goede’ opvang er eigenlijk uitziet en hoe die tot stand gebracht zou kunnen worden. Hieronder staan enkele van de uitkomsten.
Lees verder
- Asielopvang is goed als deze een gezonde en veilige omgeving realiseert voor mensen die oorlog of vervolging hebben ontvlucht. De garantie van een veilige plek en de privacy die daarbij hoort is uitermate belangrijk.
- Een van de cruciale succesfactoren voor goede asielopvang blijkt de mogelijkheid om niet alleen mee te praten, maar ook mee te beslissen. Dat is nodig om daadwerkelijk regie te kunnen nemen.
- Mensen die meer praktische en emotionele ondersteuning ontvangen, hebben vaker werk, zijn mentaal gezonder en voelen zich meer thuis in Nederland. Een veilige basis is belangrijk op het individuele niveau, maar ook voor bredere participatie in de samenleving.
- Hierbij blijkt dat het faciliteren van informele ontmoetingen cruciaal is. Dat gebeurt bijvoorbeeld via gedeelde sportvoorzieningen en open sportclubs, via buurt- en repaircafés.
- Ook werk en vrijwilligerswerk zijn belangrijke manieren om welzijn en ontwikkeling te versterken.
- In Nederland zijn er inmiddels een flink aantal organisaties en bedrijven die bijdragen aan matching tussen asielzoekers en vluchtelingen en bedrijven, en die zowel deze nieuwe werknemers als werkgevers ondersteunen en/of ontzorgen. Nu duidelijk wordt dat asielzoekers en vluchtelingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van tekorten op de arbeidsmarkt, staan werkgevers hiervoor meer open, en wordt dit hier en daar al ingezet om het draagvlak voor het toelaten en opvangen van asielzoekers te bevorderen.
- Opvanglocaties zijn naast verblijfplekken ook plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar ze hun sociale en professionele netwerken kunnen opbouwen of uitbreiden. De inbedding van opvanglocaties in de directe omgeving speelt een grote rol.
- Als een opvanglocatie op een afgelegen plek ligt en moeilijk bereikbaar is, zal het lastig en minder aantrekkelijk zijn voor omwonenden om gebruik te maken van collectieve voorzieningen die op die locatie worden aangeboden. De meeste opvanglocaties zijn niet ontworpen vanuit de gedachte van een buurtfunctie.
- De materiële dimensie is hierbij ook belangrijk. Hoe de directe omgeving van het gebouw eruit ziet, bijvoorbeeld of er hekken, prikkeldraad of een slagboom zijn, maakt uit. Het maakt uit voor de woonervaring van bewoners, maar ook voor de reputatie en het draagvlak onder de omwonenden.
- Met name het hanteren van een open ontwerp blijkt een succesfactor: met de buurt gedeelde voorzieningen zoals een kinderopvang, een buurthuiskamer, een skateboardpark, gedeelde tuinen of andere groene buitenruimtes. Dit soort ruimten zijn gemakkelijk toegankelijk, handig, en creëren mogelijkheden voor spontane, informele, veilige en niet-georganiseerde ontmoetingen.
- Actieve betrokkenheid en medebeslissingsrecht van bewoners van de opvanglocatie en van de buurt bij het ontwerp en de inrichting van deze voorzieningen, is een andere succesfactor. Ook goede openbaar vervoer voorzieningen zijn cruciaal voor inbedding.
- Tot slot hebben wij opvang als goed bestempeld als de opvang de samenleving niet te veel kost. Zo is bekend dat noodopvang heel veel duurder is dan reguliere opvang.
Een regulier azc zo ontwerpen dat het een duurzame investering in de woningmarkt is, waar ook andere doelgroepen kunnen wonen, draagt bij aan wat gezien wordt als goede opvang. Lokale ondernemers laten deelnemen aan de aanbesteding van een azc en lokaal ondernemerschap stimuleren rondom een azc zijn voorbeelden van hoe de komst van een asielzoekerscentrum economische kansen kan bieden