Veelgestelde vragen (FAQ)
In gesprekken over de tijdelijke woon- en opvanglocatie Sportlaan komen uiteenlopende vragen,
zorgen en aandachtspunten aan de orde. Dit verdient een zorgvuldig en open gesprek. Hieronder
gaan we in op een aantal vragen. De antwoorden zijn opgesteld op basis van informatie van onder
andere de gemeente Den Haag, het COA, de politie, wetenschappelijke onderzoeken en ervaringen
elders in Nederland. Het is de stand op dit moment. Wij staan open voor verbeteringen.
Er zijn verschillende zorgen over de plannen voor de Sportlaan. Met deze pagina willen wij bijdragen
aan een goed geïnformeerd gesprek hierover op basis van feiten, ervaringen en verschillende
perspectieven.
Inhoudsopgave:
Vraag 1. Welke rol speelt de omvang van een opvanglocatie?
Vraag 2. Waarom heeft de gemeente gekozen voor deze locatie?
Vraag 3. Wat is bekend over opvanglocaties van vergelijkbare omvang?
Vraag 4. Is er geleerd van StekOost?
Vraag 5. Is er een screening van de vluchtelingen?
Vraag 6. Wat betekent de komst van kwetsbare bewoners die op de locatie gaan wonen?
Vraag 7. Wat is bekend over psychische klachten onder vluchtelingen?
Vraag 8. Komen er veel alleenstaande mannen op de locatie wonen?
Vraag 9. Is er beveiliging in het AZC?
Vraag 10. Is er een beveiligingsplan voor de omgeving?
Vraag 11. Welke rol speelt de politie rond de locatie?
Vraag 12. Wat is bekend over veiligheid rond opvanglocaties?
Vraag 13. Veel bewoners maken zich zorgen over de veiligheid van vrouwen en meisjes. Wat is hierover bekend?
Vraag 14. Wat betekent de komst van 750 nieuwe bewoners voor de wijk?
Vraag 15. Heeft de tijdelijke opvang gevolgen voor de geplande woningbouw?
Vraag 16. Heeft de Spreidingswet een aanzuigende werking?
Vraag 17. Hoe kijken we naar protesten en zorgen over de opvang?
Vraag 18. Weten we hoe omwonenden over de plannen denken?
THEMA 1. OMVANG LOCATIE SPORTLAAN
Vraag 1. Welke rol speelt de omvang van een opvanglocatie?
Het COA zegt hierover:
Kleinschalige AZC’s (doorgaans zo’n 150 plekken of minder) worden in de praktijk en door gemeenten
vaak als beter geslaagd gezien dan grote opvanglocaties. Ze leveren doorgaans meer lokaal draagvlak
en betere integratie op, al zijn er ook nadelen.
Voordelen van kleinschalige opvang:
- Beter draagvlak: Er is vaak minder weerstand in de buurt, omdat de impact op de directe
omgeving overzichtelijker is. - Betere integratie: Asielzoekers leggen makkelijker contact met de lokale gemeenschap, wat
de inburgering versnelt. - Zelfredzaamheid: Bewoners worden gestimuleerd om meer zelfstandig te functioneren, zoals
het zelfstandig regelen van boodschappen en schoolbezoek
Uitdagingen:
- Hogere kosten: Per opgevangen asielzoeker zijn de operationele- en beveiligingskosten in
verhouding aanzienlijk hoger. - Minder voorzieningen: Omdat er minder ruimte is voor bijvoorbeeld vaste medische of
juridische posten, moeten bewoners vaak reizen naar grotere hoofdlocaties.
Toch is kleinschaligheid geen garantie voor succes. Zo telt bijvoorbeeld StekOost met ernstige
incidenten 125 asielzoekers, terwijl locatie Gilze-Rijen met AZC Prinsenbos (1200 bewoners), weinig
overlast kent. Kennelijk spelen meer factoren een rol. De ervaringen elders met de komst van AZC’s
leert dat in 40 gemeenten met de grootste AZC’s weinig overlast ervaren wordt, hoewel incidenten
nooit helemaal uitgesloten zijn.
Vraag 2. Waarom heeft de gemeente gekozen voor deze locatie?
De tijdelijke voorziening aan de Sportlaan is een combinatie van een woon- en een opvanglocatie. De
gemeente koos voor deze locatie om drie redenen:
- Den Haag heeft grote tekorten aan huisvestingslocaties voor asielzoekers, Oekraïners en
verschillende zorgdoelgroepen, alsmede aan woningen voor starters en studenten. - Er deed zich een kans voor doordat dit pand nog heel lang leeg zou staan voordat de
definitieve herontwikkeling zou kunnen starten. - Deze grotere locatie brengt aanzienlijk minder kosten met zich mee dan verspreiding over
kleinere locaties.
Sommige bewoners vragen zich af of spreiding over meerdere locaties mogelijk is. De gemeente heeft
uiteindelijk gekozen voor deze locatie op basis van de bovenstaande overwegingen.
Vraag 3. Wat is bekend over opvanglocaties van vergelijkbare omvang?
De omvang van de locatie roept begrijpelijkerwijs vragen op. Er zijn echter meerdere grotere
opvanglocaties in Nederland. Er zijn 9 AZC’s met 500 of meer asielzoekers. Ook de totale bezetting
van 750 mensen is niet uitzonderlijk, evenmin als de combinatie van verschillende zorgdoelgroepen.
Uit ervaringen elders blijkt dat opvanglocaties van vergelijkbare omvang in veel gemeenten zonder
grote problemen functioneren. Tegelijkertijd kan niemand garanderen dat er nooit incidenten zullen
plaatsvinden. Daarom zijn er afspraken gemaakt over begeleiding, toezicht en veiligheid.
Vraag 4. Is er geleerd van StekOost?
De gemeente geeft aan dat ervaringen met eerdere opvanglocaties zijn meegenomen bij de inrichting
van deze locatie. Van de incidenten bij StekOost is geleerd dat het niet verstandig is om vluchtelingen
en jongeren zonder extra begeleiding geheel door elkaar te huisvesten, op dezelfde gangen. Mede op
grond van die ervaring is besloten de verschillende groepen op de Sportlaan te huisvesten in strikt
gescheiden bouwdelen, met eigen ingangen en toegangspasjes. Er is ook geleerd dat de
verantwoordelijkheden bij incidenten beter vastgelegd moeten worden. Door de gescheiden
bouwdelen kan dat nu.
THEMA 2. BEWONERS DIE EXTRA ONDERSTEUNING NODIG HEBBEN
Vraag 5. Is er een screening van de vluchtelingen?
Ja, er is een screening. Het COA brengt in Ter Apel van elke vluchteling in beeld in hoeverre er sprake
is van overlastgevend gedrag en psychische of fysieke problemen. Indien nodig verplaatst het COA
asielzoekers naar opvanglocaties voor extra begeleiding en toezicht. Ook kan er doorverwezen
worden naar de GGZ. Deze informatie wordt door het COA gedeeld met het betreffende AZC.
Vraag 6. Wat betekent de komst van kwetsbare bewoners die op de locatie gaan wonen?
Veel mensen die naar Nederland vluchten hebben ingrijpende ervaringen achter de rug, zoals oorlog,
geweld of verlies van familieleden. Daarnaast hebben veel asielzoekers te maken met een lange
periode van onzekerheid over hun toekomst. Zij weten vaak niet of zij in Nederland mogen blijven,
terwijl zij ondertussen proberen een nieuw bestaan op te bouwen. Daarom is begeleiding en
ondersteuning belangrijk. Het COA, de gemeente, zorgorganisaties en andere betrokken partijen
spelen daarin ieder een eigen rol.
Ook onder de andere groepen die aan de Sportlaan zullen wonen, bevinden zich mensen die
ondersteuning nodig hebben. Kwetsbaarheid komt immers in alle delen van de samenleving voor. De
vraag is niet óf er kwetsbare mensen wonen, maar hoe zij op een goede manier worden begeleid en
ondersteund. Kwetsbaarheid zegt op zichzelf niets over iemands gedrag.
Vraag 7. Wat is bekend over psychische klachten onder vluchtelingen?
Hoewel we vaak een ander beeld hebben, heeft de meerderheid van de vluchtelingen geen grote
psychische problemen. Volgens de Gezondheidsraad (2016) heeft tussen de 13 en 25 % van de
vluchtelingen PTSS, depressie of angststoornissen tegenover 3 tot 6 % in de algemene bevolking. Dit
heeft vaak te maken met ervaringen in het herkomstland en tijdens de vlucht. Maar ook de situatie in
Nederland draagt hieraan bij: het lange wachten, de vele overplaatsingen, de beperking van
gezinshereniging en de gebrekkige integratie.
Dit is overigens hetzelfde beeld dat we zien bij de algemene bevolking: ernstige traumatiserende
gebeurtenissen leiden bij ca. 25% tot ernstige psychische stoornissen, bij 75% heeft dat geen ernstige
gevolgen. Klachten bij PTSS, angststoornissen en depressie uiten zich vaak in angst, slapeloosheid,
somberheid of terugtrekgedrag. Mensen met PTSS zijn niet automatisch gevaarlijk. Veel mensen met
traumatische ervaringen functioneren goed in het dagelijks leven. De klachten zijn vaak goed te
behandelen.
THEMA 3. VEILIGHEID
Vraag 8. Komen er veel alleenstaande mannen op de locatie wonen?
Deze vraag leeft veel bij bewoners, zeker door zorgen over veiligheid van vrouwen en meisjes. Het is
belangrijk om die zorgen serieus te nemen en feitelijk te kijken naar de samenstelling van de groep.
De groep asielzoekers in april 2026 bestond voor 63 % uit volwassen mannen, voor 16 % uit
volwassen vrouwen en voor 21 % uit kinderen. Onder nareizigers (40 % in 2025, slechts een deel
komt nog in een AZC terecht) was in april 2026 17 % een volwassen man, 37 % een volwassen
vrouw en 47 % minderjarig. Het aandeel nareizigers duidt erop dat het lang niet altijd alleenstaande
mannen zijn.
Vraag 9. Is er beveiliging in het AZC?
Het COA biedt 24/7 opvang, toezicht (beveiliging) en dagelijkse begeleiding aan asielzoekers. Verder is
er 24/7 fysieke beveiliging door Alpha Support beveiliging. Voor de PWO is er beveiliging door de
gemeente, het Leger des Heils en de Haagse Hosts. Zie verder onze pagina over de waarborgen voor
de veiligheid.
Vraag 10. Is er een beveiligingsplan voor de omgeving?
Het beveiligingsplan van Vitaen van 8 januari 2026 gaat hoofdzakelijk over de interne veiligheid
en de buitenruimtes. Daarnaast voorziet het plan ook in afspraken Over de interne en externe
veiligheid met externe ketenpartners, waaronder de Haagse Hosts, de Handhavers Segbroek en
de politie. Zie paragraaf 3.2 van dit plan (pag. 12 en 13) voor een overzicht van de ketenpartners.
Veel bewoners geven aan behoefte te hebben aan duidelijke informatie over veiligheid en aan
mogelijkheden om vragen te stellen.
Vraag 11. Welke rol speelt de politie rond de locatie?
Het is belangrijk dat de politie snel beschikbaar is bij meldingen van incidenten. Op grond van haar
ervaringen elders in de stad heeft de politie besloten dat er regulier geen extra inzet nodig is. Extra
maatregelen voor deze opvanglocatie acht zij, gezien de ervaringen elders in de stad, niet nodig.
Als er bij de politie via de gewone kanalen incidenten gemeld worden, dan treedt de politie op, net als
bij andere incidenten. Indien nodig kan de politie opschalen. Eventuele vacatures of onderbezetting
spelen geen rol: de politie kan te allen tijde versterking vanuit de stad oproepen. De politie ziet geen
aanleiding om deze locatie anders te behandelen.
Vraag 12. Wat is bekend over veiligheid rond opvanglocaties?
Veiligheid is voor veel bewoners een belangrijke zorg. Onderzoek laat zien dat opvanglocaties in de
meeste gevallen niet leiden tot een structurele toename van overlast of criminaliteit in de omgeving.
Tegelijkertijd kunnen incidenten voorkomen. Daarom zijn afspraken gemaakt over begeleiding,
toezicht en samenwerking tussen de betrokken organisaties. Meer informatie over veiligheid is te
vinden op de webpagina Veiligheid op de Sportlaan.
Van alle asielzoekers en statushouders in COA-opvang is ongeveer 3 % verdacht van een misdrijf. Dit
zijn voornamelijk vermogensmisdrijven, zoals diefstallen en inbraken. Je kunt dit niet met de lagere
cijfers van de hele Nederlandse bevolking vergelijken. Vluchtelingen zijn immers merendeels arme,
jonge mannen. Als je alleen naar een vergelijkbaar deel van de Nederlandse bevolking kijkt dan wordt
deze groep Nederlanders juist vaker van een misdrijf verdacht dan de vluchtelingen (Adviesraad
Migratie over Asielzoekers en overlast).
Uit langlopend onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat op de meeste plekken vrijwel
géén sprake is van extra overlast na de opening van een opvanglocatie.
Dat betekent niet dat er nooit incidenten zijn. Die kunnen voorkomen. Het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzoekt al jaren incidenten in opvanglocaties en overlast
rondom azc’s. Incidenten die hier worden genoemd, spelen zich voor het overgrote deel binnen
opvanglocaties af. Slechts een klein deel van de bewoners komt met justitie in aanraking.
Vraag 13. Veel bewoners maken zich zorgen over de veiligheid van vrouwen en meisjes. Wat is
hierover bekend?
Veiligheid van vrouwen is een legitieme zorg die serieus genomen moet worden. Uit onderzoek blijkt
echter geen verhoogd risico voor vrouwen in buurten waar een opvanglocatie is gevestigd. De kans
om slachtoffer te worden van een misdrijf is in een buurt mét een azc nagenoeg gelijk aan die in een
buurt zónder: 1,4 tegenover 1,37 procent, bleek uit onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk
Onderzoek- en Datacentrum). Uiteraard blijft iedere vorm van intimidatie, grensoverschrijdend
gedrag of geweld onacceptabel en wordt daartegen opgetreden.
THEMA 4. WEERSTAND
Vraag 14. Wat betekent de komst van 750 nieuwe bewoners voor de wijk?
De drie omliggende wijken behoren tot de wijken met de hoogste leefbaarheid van Den Haag
(www.leefbaarometer.nl). Veel bewoners vragen zich af welke gevolgen deze plannen hebben voor
hun wijk. Die vraag is begrijpelijk. Op basis van ervaringen met vergelijkbare opvanglocaties en de
geplande maatregelen zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat de leefbaarheid in de omliggende
wijken structureel onder druk komt te staan. De situatie zal actief worden gemonitord.
Gezien alle ervaringen en maatregelen is het niet aannemelijk dat deze opvang een aanzienlijke extra
belasting voor deze wijken zal veroorzaken, ook niet voor de zeer directe omwonenden. Vergeleken
met de grote belasting in andere wijken van Den Haag door bijv. grote aantallen arbeidsmigranten, zal
de belasting in onze buurten relatief gering zijn.
Tegelijkertijd zal de komst van 750 nieuwe bewoners de dynamiek in onze buurten veranderen. Dat
kan een positieve of negatieve impact hebben en kan ook variëren.
Vraag 15. Heeft de tijdelijke opvang gevolgen voor de geplande woningbouw?
Als er verder geen hindernissen meer zijn en de inhuizing eind 2026 kan beginnen, dan is er geen tot
weinig vertraging in de komst van de beoogde woningen in 2031/2032. De bouw van complexe
projecten duurt gemiddeld drie tot tien jaar (NPO Kennis 2024).
Daarbij leert de ervaring dat de tijdsduur voordat met de bouw van woningcomplexen begonnen kan
worden vooral bepaald wordt door de vergunning- en aanbestedingsfase. In deze fasen kunnen door
omwonenden bezwaar- en beroepsprocedures gevoerd worden die tot sterke vertraging kunnen
leiden.
Vraag 16. Heeft de Spreidingswet een aanzuigende werking?
Nee. Uit onderzoek van het WODC van 4 september 2023 blijkt dat opvangvoorzieningen nauwelijks
van belang zijn bij de voorkeur voor een bestemmingsland. Factoren zoals veiligheid, bestaande
familie- of sociale netwerken, de kans op een verblijfsvergunning en mogelijkheden voor
gezinshereniging wegen doorgaans zwaarder. Er zijn geen aanwijzingen dat de spreidingswet heeft
geleid tot een toename van het aantal asielzoekers in Nederland.
De Spreidingswet is een Nederlandse wet die sinds 1 februari 2024 van kracht is en gemeenten
verplicht om asielzoekers op te vangen. Het doel is te zorgen voor een eerlijkere verdeling van
opvangplekken over het land.
Vraag 17. Hoe kijken we naar protesten en zorgen over de opvang?
Bewoners kunnen om uiteenlopende redenen tegen de opvangplannen zijn. Wij gaan ervan uit dat de
meeste bewoners hun zorgen op een vreedzame en democratische manier uiten. Zorgen en protest
horen bij een democratie. Tegelijkertijd is het belangrijk alert te zijn wanneer groepen van buiten de
wijk spanningen proberen te vergroten.
Vraag 18. Weten we hoe omwonenden over de plannen denken?
Het is onbekend welk deel van de omwonenden negatief, en welk delen neutraal of positief
tegenover de plannen staat/staan. Er zijn drie peilingen geweest.
Er is een onderzoek van Stichting Wijkbelang Segboek, uit 2025 waarbij 80% het er niet mee eens zou zijn. Deze enquête is echter volgens het verslag ‘verspreid via WhatsApp’ en is daardoor niet representatief. De uitkomst is
niet betrouwbaar.
Verder is er een onderzoek met begeleiding van de Haagse Hogeschool. Dit was een kwalitatief
onderzoek, met eveneens geen inzicht in de representativiteit. Door de uitvoerige vraagstelling geeft
dit wel een kwalitatief beeld van welke ideeën er leven over de opvangplannen. Hoe vaak deze
ideeën voorkomen is niet bekend.
Er is tenslotte een petitie van Stichting Wijkbelang Segbroek van mei 2026, ondertekend door 1500
mensen, met de oproep aan de gemeente af te zien van de plannen. Deze petitie is lokaal maar ook
landelijk verspreid via sociale media als Facebook en LinkedIn, met de oproep deze verder te delen in
het eigen netwerk. Hierdoor geeft ook deze uitkomst geen representatief, betrouwbaar beeld van hoe
er hier in deze wijken gedacht wordt. Er wonen 20.500 omwonenden in de drie wijken rond het
HAGA.
De petitie en de onderzoeken laten wel zien dat er zorgen leven onder een deel van de bewoners. Die
zorgen verdienen aandacht en een serieus gesprek, ongeacht hoeveel mensen uiteindelijk voor of
tegen de plannen zijn.